aanbod van arbeid
(= beroepsbevolking) Personen tussen de 15 jaar en de pensioengerechtigde leeftijd die willen en kunnen werken: zij bieden hun arbeid(skracht) aan op de arbeidsmarkt. Bestaat uit de mensen in loondienst, de zelfstandigen en de geregistreerde werklozen.

appreciatie
Stijging van de koers van een valuta doordat op de valutamarkt de vraag naar die valuta groter is dan het aanbod ervan.

arbeidsintensiteit
Bij het productieproces wordt relatief veel arbeid ingezet (in relatie tot kapitaal).

arbeidsmarkt
Het geheel van vraag naar arbeid en aanbod van arbeid.

arbeidsproductiviteit
De productie per persoon per tijdseenheid (bijvoorbeeld per uur of per arbeidsjaar).

beleggen
Het aanbieden van geld op de vermogensmarkt met de bedoeling een opbrengst te verkrijgen. Overtollig geld vastleggen voor kortere of langere tijd met als doel in de toekomst financieel voordeel te behalen.

beroepsbevolking
Personen tussen de 15 jaar en de pensioengerechtigde leeftijd die willen en kunnen werken: zij bieden hun arbeid(skracht) aan op de arbeidsmarkt. Bestaat uit de mensen in loondienst, de zelfstandigen en de geregistreerde werklozen.

contante waarde
De huidige waarde van een toekomstig bedrag, omgerekend tegen een bepaald rentepercentage. Het bedrag dat nu nodig is om in de toekomst een bepaald bedrag te kunnen betalen, waarbij rekening wordt gehouden met de hoogte van de rente.

contante waarde
De huidige waarde van een toekomstig bedrag, omgerekend tegen een bepaald rentepercentage. Het bedrag dat nu nodig is om in de toekomst een bepaald bedrag te kunnen betalen, waarbij rekening wordt gehouden met de hoogte van de rente.

depreciatie
Daling van de koers van een valuta doordat op de valutamarkt het aanbod van de valuta groter is dan de vraag ernaar.

eindwaarde
De toekomstige waarde van een bedrag, omgerekend tegen een bepaald rentepercentage.

evenwichtsloon
Het loon waarbij vraag en aanbod op de arbeidsmarkt aan elkaar gelijk zijn.

gedwongen besparing
Verplicht geld sparen voor bijvoorbeeld je pensioen. Dit gebeurt door het inhouden van premie op het loon.

gedwongen besparingen
Verplicht geld sparen voor bijvoorbeeld je pensioen. Dit gebeurt door het inhouden van premie op het loon. Niet vrijwillige besparingen zoals verplicht pensioenpremie betalen.

geldmarkt
Deel van de vermogensmarkt waar kortlopende leningen worden verhandeld met een maximale looptijd van twee jaar. Hieronder vallen spaarrekeningen voor particulieren bij banken, het kopen op afbetaling enzovoort.

hypothecaire lening
(= hypotheeklening) Lening bij een bank met onroerend goed (huis of grond) als onderpand.

intertemporele ruil
(= ruilen over de tijd) Consumptie van nu verschuiven naar consumptie in de toekomst of omgekeerd, consumptie in de tijd naar voren halen. Geld verdienen en geld uitgeven gebeuren in verschillende periodes.

kapitaalintensief
Bij het productieproces wordt relatief veel kapitaal ingezet (in relatie tot arbeid).

kapitaalmarkt
Deel van de vermogensmarkt waar langlopend en permanent vermogen wordt verhandeld.

krappe arbeidsmarkt
De vraag naar arbeid is groter dan het aanbod van arbeid. Er zijn veel vacatures en weinig werklozen. Arbeidsmarkt waarin minder aanbod dan vraag is en de werkloosheid relatief laag is.

lenen
Door te lenen wordt geld ontvangen dat later terugbetaald moet worden (met rente).

loonelasticiteit van de arbeidsvraag
De relatieve mate waarin de arbeidsvraag reageert op een loonstijging.

loonelasticiteit van het arbeidsaanbod
Loonelasticiteit van het arbeidsaanbod: de relatieve mate waarin het arbeidsaanbod reageert op een loonstijging.

obligatie
Verhandelbaar bewijs van deelneming in een geldlening aan bedrijven of de overheid met een vaste rente en vaste looptijd. Een schuldbekentenis voor een langlopende lening (looptijd van meer dan twee jaar) met een vaste rente.

rente
Vergoeding voor spaargeld of leengeld. De prijs van geld. De beloning die betaald moet worden voor het lenen van geld en die ontvangen wordt voor het uitlenen van geld. (= interest) Beloning voor de productiefactor kapitaal.

ruilen over de tijd
(= intertemporele ruil) Consumptie van nu verschuiven naar consumptie in de toekomst of omgekeerd.

ruime arbeidsmarkt
Het aanbod van arbeid is groter dan de vraag naar arbeid. Er zijn veel werklozen en weinig vacatures. Arbeidsmarkt waarin meer aanbod dan vraag is en de werkloosheid relatief hoog is.

sparen
Het niet uitgeven van een deel van het inkomen. Het niet consumeren van een deel van het inkomen.

vacature
Onbezette arbeidsplaats waarvoor personeel wordt gezocht.

valutamarkt
Het geheel van vraag naar en aanbod van buitenlandse munten.

verkrapping van de arbeidsmarkt
De vraag naar arbeid groeit harder dan het aanbod van arbeid.

vermogensmarkt
Het geheel van vraag naar en aanbod van geld. Het geheel van vraag naar en aanbod van vermogen zowel op korte termijn als op lange termijn. De vermogensmarkt bestaat uit een groot aantal deelmarkten. De meest gebruikelijke indeling is die in de geldmarkt en de kapitaalmarkt.

verruiming van de arbeidsmarkt
Het aanbod van arbeid groeit harder dan de vraag naar arbeid.

vraag naar arbeid
De totale vraag naar arbeidskrachten. De vraag naar arbeid bestaat uit de vraag naar werknemers, de vraag naar arbeidskracht van zelfstandigen en de vacatures.

werkgelegenheid
Het aantal feitelijk bezette banen in een land (arbeidsvolume). Het aantal personen dat een baan heeft. Bestaat uit mensen in loondienst (werknemers) en de zelfstandigen. De werkgelegenheid kan worden uitgedrukt in arbeidsjaren (voltijdbanen) en in personen.

werkloosheid
Het verschil tussen beroepsbevolking en werkgelegenheid. Je bent werkloos als je tussen de 15 jaar en de AOW-leeftijd bent, minder dan 1 uur per week werkt, actief op zoek bent naar betaald werk voor 1 uur of meer en daarvoor direct beschikbaar bent.

werklozen
Personen van 15 jaar tot de AOW-leeftijd zonder werk, die tenminste 1 uur per week willen werken en daarvoor beschikbaar zijn.

wisselkoers
De prijs van een munt uitgedrukt in een andere munt.

*