afschrijven
Het doorberekenen van de kosten van bezittingen die een aantal jaren mee gaan. De waardevermindering van duurzame productiemiddelen (meestal per jaar gerekend).

afschrijvingskosten
De waardevermindering van duurzame productiemiddelen (meestal per jaar gerekend).

bedrijfskolom
Bestaat uit alle bedrijven waarin de opeenvolgende productiestadia worden doorlopen van oerproduct tot eindproduct (boer ... bakkerswinkel).

berovingsprobleem
(= hold-upprobleem) Bij een samenwerkingsverband investeert de ene partij meer in de samenwerking dan de andere partij, waardoor de machtsverhouding verandert.

break-evenafzet
De afzet waarbij de totale opbrengst gelijk is aan de totale kosten: er wordt geen winst gemaakt.

break-evenomzet
De omzet waarbij de totale opbrengst gelijk is aan de totale kosten.

break-evenpunt
Het punt waar de lijn van de totale opbrengst de lijn van de totale kosten snijdt.

constante kosten
(= vaste kosten) Kosten die niet veranderen als de omvang van de productie/afzet verandert.

degressief variabele kosten
De variabele kosten nemen minder dan evenredig toe met de productieomvang. De marginale kosten zijn lager dan de gemiddelde variabele kosten.

differentiatie
Bij differentiatie wordt een bepaalde schakel in de bedrijfskolom, een productiefase, afgestoten door een bedrijf dat eerder deze schakel omvatte.

duurzaam produceren en consumeren
Het geheel aan activiteiten van producenten gericht op milieu-aspecten en eerlijke handel.

duurzame productie
Productie die niet ten koste gaat van de welvaart of productiemogelijkheden van toekomstige generaties. Die productiewijze schaadt het milieu niet en put de grondstoffen niet uit.

externe kosten
Kosten van productie en consumptie die niet in de prijs zijn opgenomen.

gemiddelde constante kosten
De gemiddelde constante kosten (GCK) worden berekend door de totale constante kosten (TCK) te verdelen over het totale aantal producten: TCK/q. Hetzelfde bedrag wordt zo uitgesmeerd over meer producten: GCK daalt dus als de productieomvang toeneemt.

gemiddelde opbrengst
De opbrengst per product. De gemiddelde opbrengst is gelijk aan de totale opbrengst gedeeld door het aantal verkochte goederen of diensten. Als alle consumenten dezelfde prijs betalen voor een product is de gemiddelde opbrengst gelijk aan de prijs.

gemiddelde totale kosten
(= GTK) (Productie)kosten per stuk. Dit bedrag bestaat uit de optelsom van de gemiddelde constante kosten (GCK) en de gemiddelde variabele kosten (GVK): GTK = GCK + GVK .

gemiddelde variabele kosten
De variabele kosten per stuk. Berekening: de totale variabele kosten gedeeld door de geproduceerde hoeveelheid.

hold-upprobleem
Zie berovingsprobleem. Bij een samenwerkingsverband investeert de ene partij meer in de samenwerking dan de andere partij, waardoor de machtsverhouding verandert.

individuele aanbodfunctie
(= individuele aanbodvergelijking) Het verband tussen de prijs en de aangeboden hoeveelheid van een producent.

integratie
Meerdere schakels uit een bedrijfskolom samenvoegen in één bedrijf

interne kosten
(= private kosten) De werkelijke uitgaven van de producent.

kostprijs
De kosten uitgedrukt per eenheid product. (Productie)kosten per stuk, oftewel de gemiddelde totale kosten (GTK). Dit bedrag bestaat uit de optelsom van de gemiddelde constante kosten (GCK) en de gemiddelde variabele kosten (GVK): GTK = GCK + GVK.

maatschappelijk verantwoord ondernemen
Bedrijven die naast winst als doelstelling rekening houden met het effect van hun activiteiten op het milieu en op menselijke aspecten binnen en buiten het bedrijf. Er wordt rekening gehouden met de drie p’s: people, planet, profit.

maatschappelijke kosten
Kosten van economisch handelen voor de samenleving. Kosten die de samenleving moet opbrengen, bijvoorbeeld door luchtvervuiling, roken, afval na de markt enz. De optelsom van de private kosten en de externe kosten van een product.

marginale analyse
Het proces waarbij met behulp van marginale opbrengsten en marginale kosten gekeken wordt of de uitbreiding van de productie met één product leidt tot meer of minder winst.

marginale kosten
De extra kosten als de productie met één product wordt uitgebreid.

marginale opbrengst
De extra opbrengst als de productie (en afzet) met één product wordt uitgebreid.

marginale winst
De extra winst als de productie met één product wordt uitgebreid.

negatieve externe effecten
(= externe kosten) Gevolgen van productie en/of consumptie die slecht zijn voor de welvaart van anderen en die niet verrekend zijn in de prijs van het product.

omzet
(= totale opbrengst) De geldopbrengst van de verkochte producten. Is te berekenen door: verkoopprijs × aantal verkochte producten (= afzet).

parallellisatie
Bedrijven zijn actief in meerdere bedrijfskolommen.

people planet profit
Onderdeel van maatschappelijk verantwoord ondernemen. People: Rekening houden met de gevolgen van de productie voor mensen binnen en buiten de onderneming. Planet: Rekening houden met de gevolgen van de productie voor het (leef)milieu. Profit: Rekening houden met de economische effecten op goederen en diensten.

private kosten
(= interne kosten) De werkelijke uitgaven van de producent.

progressief variabele kosten
De variabele kosten nemen meer dan evenredig toe met de productieomvang. De marginale kosten zijn hoger dan de gemiddelde variabele kosten.

proportioneel variabele kosten
De variabele kosten zijn per stuk hetzelfde: de variabele kosten stijgen recht evenredig met de productieomvang. De marginale kosten zijn gelijk aan de gemiddelde variabele kosten.

specialisatie
Toeleggen op één activiteit.

totale constante kosten
De som van de kosten die niet veranderen als de productieomvang verandert.

totale kosten
De som van de totale constante (TCK) en de totale variabele kosten (TVK).

totale opbrengst
(= omzet) De waarde van de verkochte producten. Is te berekenen door: verkoopprijs × afzet.

totale variabele kosten
De som van alle kosten die veranderen als de productieomvang verandert.

totale winst
Het verschil tussen de totale opbrengst (TO) en de totale kosten (TK).

transactiekosten
Alle kosten die samenhangen met het tot stand komen en afwikkelen van een ruil.

variabele kosten
Kosten die veranderen als de productieomvang verandert.

vaste kosten
Kosten die niet veranderen als de omvang van de productie/afzet verandert.

verzonken kosten
Kosten die als ze eenmaal zijn gemaakt niet meer kunnen worden terugverdiend als een activiteit wordt gestaakt, omdat er geen andere gebruiksmogelijkheden zijn.

winstmarge
(= winst per product) Een positief verschil tussen de verkoopprijs en de kostprijs (= P – GTK).

*