besteedbaar inkomen
= de netto-inkomen = secundaire inkomen is het inkomen nadat de inkomensheffing, dat wil zeggen de belastingen en premies, van het bruto-inkomen zijn afgehaald. In Nederland betalen de hoge inkomens relatief veel inkomensheffing: ons belastingstelsel is progressief. Het besteedbaar inkomen is het inkomen na herverdeling door de overheid.

bruto inkomen
Het inkomen voor aftrek van belastingen en premies.

denivellering
Het groter worden van de relatieve inkomensverschillen.

gestandaardiseerd inkomen
Inkomen gecorrigeerd voor de omvang en samenstelling van het huishouden.

Gini-coëfficiënt
Getal tussen de 0 en 1 om de mate van scheefheid in inkomensverdeling weer te geven. Getal dat inkomensverschillen of vermogensverschillen weergeeft. Het wordt berekend door oppervlakte tussen de lorenzcurve en de diagonaal van (0,0) tot (100,100) te delen door de oppervlakte tussen deze diagonaal en de assen.

lorenzcurve
Een grafiek die de (on)gelijkmatigheid van een verdeling weergeeft, bijvoorbeeld van de verdeling van het totale inkomen over personen of huishoudens.

nivellering
Het kleiner worden van de relatieve inkomensverschillen.

primaire inkomens
Inkomens (loon, rente, huur, pacht en winst) die verdiend worden in het productieproces.

reëel inkomen
(= koopkracht) De hoeveelheid goederen die je met je inkomen kunt kopen.

secundair inkomen
Het inkomen na herverdeling van het primaire inkomen door de collectieve sector. Te berekenen met: primair inkomen – ingehouden belastingen en sociale premies + uitkeringen en subsidies/toeslagen.

vermogen
Het geld dat in een onderneming is gestoken om de bezittingen te betalen. Bezit minus schuld.

*