collectieve dwang
Druk die wordt uitgeoefend om te zorgen dat iedereen zich aan een regel houdt. Dit kan door vastgelegde regels (wetten) die met sancties (strafmaatregelen) worden gehandhaafd, maar ook met ongeschreven regels, sociale normen. Bijvoorbeeld een verplichte verzekering. Ook: het verplicht stellen van het vakbondslidmaatschap.

collectieve goederen
Goederen waar wel behoefte aan is, maar die niet door de markt worden geleverd, omdat het onmogelijk is gebruikers die niet betalen uit te sluiten van het gebruik van het product. Daarnaast zijn collectieve goederen niet-rivaliserende goederen, dat wil zeggen dat de consumptie van de ene gebruiker niet ten koste gaat van de consumptie van de andere gebruiker. Bijvoorbeeld dijken.

concentratie van marktmacht
Goederen en diensten worden door een kleiner aantal bedrijven aangeboden.

externe kosten
Kosten van productie en consumptie die niet in de prijs zijn opgenomen.

free rider
(= meelifter) Iemand die profiteert van de inspanningen van een ander.

fusie
Bedrijven gaan samen in een nieuw bedrijf.

individueel goed
Goederen die uitsluitbaar zijn en rivaliserend.

individuele prijs
De prijs die een consument betaalt voor een product.

interne kosten
(= private kosten) De werkelijke uitgaven van de producent.

maatschappelijke kosten
Kosten van economisch handelen voor de samenleving. Kosten die de samenleving moet opbrengen, bijvoorbeeld door luchtvervuiling, roken, afval na de markt enz. De optelsom van de private kosten en de externe kosten van een product.

marktfalen
De vrije marktwerking wordt verstoord. Op de markt komt geen optimale situatie tot stand. Er komt geen optimale situatie tot stand (niet Pareto-effciciënt) via de marktwerking.

meeliften
Gratis profiteren van de inspanningen van een ander.

negatieve externe effecten
(= externe kosten) Gevolgen van productie en/of consumptie die slecht zijn voor de welvaart van anderen en die niet verrekend zijn in de prijs van het product.

niet-rivaliserend goed
Consumptie van de een gaat niet ten koste van de consumptie van de ander.

niet-uitsluitbaar goed
Niet betalende gebruikers kunnen niet worden uitgesloten van gebruik van het goed.

octrooi
(= patent) Alleenrecht op het commerciële gebruik van een uitvinding.

overname
Een sterk bedrijf koopt een zwakker bedrijf op, meestal door meer dan de helft van de aandelen op te kopen

positieve externe effecten
(= externe baten) Gevolgen van productie en/of consumptie die positief zijn voor de welvaart van anderen en die niet verrekend zijn in de prijs van het product.

private kosten
(= interne kosten) De werkelijke uitgaven van de producent.

quasicollectieve goederen
Individuele goederen en diensten die geleverd zouden kunnen worden door de markt, maar die (deels) worden geleverd door de overheid. Bijvoorbeeld onderwijs.

zelfbinding
Vooraf uitspreken wat je in een bepaalde situatie zult gaan doen en je daaraan houden. Bij marktpartijen: Openlijk deelname uitspreken met als doel anderen tot samenwerking te bewegen. Een openlijke actie ondernemen met als doel de keuze van de medespelers te beïnvloeden. De beïnvloeding werkt alleen als de zelfbinding geloofwaardig is.

*