best response
(= beste antwoord) De reactie van iedere speler op elke keuze van de ander, om uiteindelijk een evenwicht te vinden waarbij geen van de spelers zich kan verbeteren (Nash-evenwicht).

beste antwoord
(= best response) De reactie van iedere speler op elke keuze van de ander, om uiteindelijk een evenwicht te vinden waarbij geen van de spelers zich kan verbeteren (Nash-evenwicht).

concentratiegraad
Het gezamenlijk marktaandeel van de grootste aanbieders in een bedrijfstak.

duopolie
Oligopolie met slechts twee aanbieders.

first mover advantage
Het voordeel om als eerste te kiezen en met die keuze de ander voor een voldongen feit te plaatsen.

hoeveelheidsconcurrentie
Ondernemingen beconcurreren elkaar op de aangeboden hoeveelheid.

innovatie
Vernieuwing van producten en/of productieprocessen.

kartel
Aanbieders maken onderling afspraken met als doel de concurrentie te verminderen.

marketing
Alle activiteiten van een onderneming om de verkoop te bevorderen.

marktleider
De meest invloedrijke aanbieder van een product.

Nash-evenwicht
De uitkomst van een spel waarbij geen van de spelers zich kan verbeteren gegeven de keuze van de andere speler(s).

oligopolie
Een marktvorm met een beperkt aantal aanbieders of enkele grote aanbieders die het overgrote marktaandeel in handen hebben.

prijsconcurrentie
Bedrijven beconcurreren elkaar door veranderingen van de prijs van het product.

prijzenoorlog
Een situatie waarin ondernemingen binnen een bepaalde sector elkaar beconcurreren door prijsverlagingen waarmee ze proberen een groter marktaandeel te verwerven.

samenwerkingsevenwicht
Het evenwicht tussen vraag en aanbod wat bij een duopolie tot stand komt als er kartelafspraken zijn gemaakt om de productie te beperken.

schaalvoordelen
Kostenvoordelen die ontstaan door productie op grote schaal.

toetredingsbarrière
De factoren die de toegang tot de markt of tot een nieuwe sector be√Įnvloeden.

*