aanbodoverschot
Het aanbod is bij een bepaalde prijs groter dan de vraag.

bedrijfstakevenwicht
Een situatie zonder overwinst. De prijs is gelijk aan de gemiddelde totale kosten.

break-evenafzet
De afzet waarbij de totale opbrengst gelijk is aan de totale kosten: er wordt geen winst gemaakt.

break-evenomzet
De omzet waarbij de totale opbrengst gelijk is aan de totale kosten.

break-evenpunt
Het punt waar de lijn van de totale opbrengst de lijn van de totale kosten snijdt.

collectieve aanbod
Het aanbod van alle individuele producenten van een bepaald goed of een dienst bij elkaar geteld.

collectieve arbeidsovereenkomst
(= cao) Een overeenkomst over de arbeidsvoorwaarden die gelden voor iedereen die in het bedrijf of in de bedrijfstak werkt. Overeenkomst tussen werkgever(sbonden) en georganiseerde werknemers (vakbonden) over de lonen en andere arbeidsvoorwaarden, die in de individuele arbeidsovereenkomst moet worden gerespecteerd. Deze overeenkomst wordt per bedrijf of bedrijfstak afgesloten.

collectieve vraag
De vraag van alle individuen naar een bepaald goed of een dienst bij elkaar opgeteld.

constante kosten
(= vaste kosten) Kosten die niet veranderen als de omvang van de productie/afzet verandert.

doorzichtige markt
(= transparante markt) De vragers naar en aanbieders van een product zijn op de hoogte van het totale aanbod (prijs en andere voorwaarden).

evenwichtshoeveelheid
Het aantal producten dat bij de evenwichtsprijs wordt aangeboden en wordt gevraagd. De gevraagde hoeveelheid is dan gelijk aan de aangeboden hoeveelheid.

evenwichtsprijs
(= marktprijs) De prijs die tot stand komt op een markt als vraag en aanbod aan elkaar gelijk zijn.

hoeveelheidsaanpasser
Op een markt waar de aanbieder geen invloed kan uitoefenen op de marktprijs kan hij alleen beslissen hoeveel hij bij deze geldende marktprijs gaat aanbieden.

homogeen
Identiek. Homogene goederen: goederen die in de ogen van de consument volkomen gelijk zijn.

imperfecte markt
Markt die niet aan alle kenmerken van volkomen concurrentie voldoet.

kostprijs
De kosten uitgedrukt per eenheid product. (Productie)kosten per stuk, oftewel de gemiddelde totale kosten (GTK). Dit bedrag bestaat uit de optelsom van de gemiddelde constante kosten (GCK) en de gemiddelde variabele kosten (GVK): GTK = GCK + GVK.

marktaandeel
Het marktaandeel geeft weer welk deel van de totale markt in handen is van een onderneming. Het marktaandeel kan worden weergegeven in een percentage van de verkochte aantallen of in een percentage van de totale omzet. Degene met het grootste marktaandeel is marktleider.

marktmechanisme
(= prijsmechanisme) De prijs en de verhandelde hoeveelheid van een product komt tot stand door het vrije spel van vraag en aanbod. Er wordt precies evenveel aangeboden als gevraagd.

marktprijs
(= evenwichtsprijs) De prijs die tot stand komt op een markt als vraag en aanbod aan elkaar gelijk zijn.

marktvorm
Het aantal aanbieders, het soort product, de doorzichtigheid van de markt en de toe- en uittredingsmogelijkheden bepalen de marktvorm.

minimumloon
Een door de overheid bepaald loon dat een werkgever minimaal aan zijn werknemers moet betalen.

prijsafzetfunctie
Een vergelijking die aangeeft hoeveel een aanbieder bij elke prijs kan verkopen.

prijsmechanisme
(= marktmechanisme) De prijs en de verhandelde hoeveelheid van een product komt tot stand door het vrije spel van vraag en aanbod. Er wordt precies evenveel aangeboden als gevraagd.

prijsregulering
Prijsbeïnvloeding door de overheid.

transparant
Doorzichtig. De belangrijkste gegevens over de markt zijn helder en duidelijk te verkrijgen.

volkomen concurrentie
(= volledige mededinging) Marktvorm met een groot aantal vragers en aanbieders, homogene producten, vrije toe- en uittreding en volledige transparantie. De individuele vrager of individuele aanbieder heeft geen invloed op de prijs.

volledige mededinging
(= volkomen concurrentie) Marktvorm met een groot aantal vragers en aanbieders, homogene producten, vrije toe-en uittreding en volledige transparantie. De individuele vrager of individuele aanbieder heeft geen invloed op de prijs.

vraagoverschot
De vraag is bij een bepaalde prijs groter dan het aanbod.

vrije toetreding
Er zijn geen belemmeringen om tot een markt toe te treden, bijvoorbeeld geen vestigingseisen.

vrije uittreding
Er zijn geen belemmeringen om uit een markt te stappen.

*