annuïteit
Vaste periodieke betaling die is samengesteld uit rente en aflossing op een geleend bedrag.

doorlopend krediet
Een (bank)rekening waarmee tot een bepaald maximum mag worden geleend (ook wel 'rood staan' genoemd). Als vergoeding voor dit doorlopende krediet wordt rente betaald. Een persoonlijke lening waarbij niet is afgesproken dat de lening voor een bepaalde datum moet worden afgelost.

groeifactor
Vermenigvuldigingsfactor waarmee een variabele moet worden vermenigvuldigd om de nieuwe waarde van die variabele te berekenen.

hypotheeklening
Een langlopende lening met een onroerend goed als zekerheidsstelling: kan de schuldenaar niet aan zijn verplichtingen voldoen, dan kan het onroerend goed worden verkocht.

inflatie
Het stijgen van de prijzen van goederen en diensten. Stijging van het algemeen prijsniveau. Stijging van het gemiddelde prijspeil.

koopkracht
De hoeveelheid goederen die je met je inkomen (of een euro) kunt kopen. Reële waarde van het budget.

kopen op afbetaling
kopen waarbij de betaling in termijnen plaatsvindt

mediaan
De middelste waarde van een aantal grootheden. De mediaan is de middelste waarde in een groep van getallen. In een serie met 1, 7, 8, 11, 29, 44, en 59, is 11 is de mediaan.

persoonlijke lening
Een lening waarbij maandelijks een vast bedrag inclusief rente wordt terugbetaald. Daarbij staat ook vooraf vast binnen welke tijd het geleende bedrag wordt terugbetaald.

procentpunt
Van drie procent naar vijf procent zijn twee procentpunten.

relatieve verandering
(= procentuele verandering) Verandering in procenten of in verhouding tot de beginwaarde. Een verandering uitgedrukt in procenten van de oorspronkelijke grootheid.

rente
Vergoeding voor spaargeld of leengeld. De prijs van geld. De beloning die betaald moet worden voor het lenen van geld en die ontvangen wordt voor het uitlenen van geld. (= interest) Beloning voor de productiefactor kapitaal.

rood staan
Een negatief saldo op je betaalrekening.

ruilen over de tijd
(= intertemporele ruil) Consumptie van nu verschuiven naar consumptie in de toekomst of omgekeerd.

samengestelde interest
Hierbij blijft de ontvangen rente op de spaarrekening staan, waardoor het spaarbedrag steeds hoger wordt en het rentebedrag elk jaar ook steeds hoger wordt (ook rente op rente genoemd).

sparen
Het niet uitgeven van een deel van het inkomen. Het niet consumeren van een deel van het inkomen.

termijnbedrag
Een maandelijks vast bedrag bestaande uit een rentedeel en een aflossingsdeel.

*