accijns
Een indirecte belasting die wordt geheven op producten met als doel het gebruik van die producten af te remmen. Bijvoorbeeld: accijns op tabak.

begroting
Overzicht van verwachte ontvangsten en verwachte uitgaven voor een komende periode.

btw
Belasting op de toegevoegde waarde of omzetbelasting.

budgetlijn
Een budgetlijn geeft verschillende combinaties van twee bestedingsmogelijkheden aan bij een bepaald budget (bijvoorbeeld vrije uren of werken).

chartaal geld
Munten en bankbiljetten.

directe belastingen
worden geheven over de inkomens van burgers en bedrijven.

giraal geld
Al het geld op direct opeisbare rekeningen bij banken waar mensen direct mee kunnen betalen, bijvoorbeeld via een elektronische overschrijving of met een pinpas.

huishoudelijke uitgaven
De (dagelijkse) uitgaven aan boodschappen, zoals levensmiddelen, huisdieren, cadeaus en bloemen, aanschaffen van kleine huishoudelijke spullen, uitgaan. Ook het zakgeld voor de verschillende gezinsleden valt hieronder.

huishouden
Een persoon of meer personen samen vormen een huishouden als ze alleen of gezamenlijk economische beslissingen nemen.

indirecte belastingen
Een kostprijsverhogende belasting.

kasboek
In een kasboek houd je al je uitgaven bij. Op papier of met een digitaal huishoudboekje. Zo weet je waar je geld blijft en kun je bewuster kiezen.

miljoenennota
Algemene toelichting op de rijksbegroting.

Nibud
Nationaal instituut voor budgetvoorlichting. Het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) doet onderzoek naar geldzaken voor consumenten en geeft hier voorlichting over.

Prinsjesdag
Derde dinsdag van september, op die dag wordt de overheidsbegroting gepresenteerd.

reserveren
Het bewaren van geld voor later. Bijvoorbeeld om later een auto te kopen.

Rijksbegroting
De plannen van de regering, met inkomsten en uitgaven.

sluitende begroting
Indien de verwachte ontvangsten gelijk zijn aan de verwachte uitgaven spreken we van een sluitende begroting. Een begroting die in evenwicht is, d.w.z. de inkomsten en de uitgaven zijn even groot.

sparen
Het niet uitgeven van een deel van het inkomen. Het niet consumeren van een deel van het inkomen.

vaste lasten
De maandelijks (of jaarlijks) terugkerende uitgaven (lasten) zoals de uitgaven voor de huur van het huis, het afbetalen van een lening, de uitgaven voor water en stroom, etc.

vennootschapsbelasting
Belasting die geheven wordt over de winst van een bv en nv.

zakgeld
Geld dat kinderen wekelijks of maandelijks van hun ouders ontvangen.

zwart werk
Werk waarvan de inkomsten verzwegen worden voor de belasting- en premieheffing.

*